Mini-cursus 'De grens over'

Steeds vaker kom je in de praktijk honden en soms ook katten tegen die een ziekte hebben opgelopen in het buitenland. Zowel bij dieren die geadopteerd zijn vanuit het buitenland als bij dieren die mee zijn geweest op vakantie moet je alert zijn op buitenlandziekten.

Niet alleen voor de dierenarts is het belangrijk om kennis te hebben van deze ziekten. Als paraveterinair ben je vaak degene die informatie meegeeft aan de eigenaar, bijvoorbeeld wanneer deze zijn huisdier mee wil nemen op vakantie. Een goede kennis van de risico’s die een buitenlandbezoek met zich meebrengt en van de manieren waarop de risico’s zoveel mogelijk kunnen worden verkleind is daarom belangrijk.

Deze mini-cursus bestaat uit twee delen. In deel I leer je van alles over de meest voorkomende buitenlandziekten. In deel II leer je welke adviezen je kunt geven aan eigenaren die hun dier mee op vakantie willen nemen. Daarnaast leer je in dit deel waar je op moet letten bij dieren die vanuit het buitenland naar Nederland zijn geïmporteerd.

Aan de hand van de nascholingsquizzen bij de twee delen kun je je opgedane kennis testen.

Leerdoelen ‘De grens over’

Deel I:

  • Kennis over welke buitenlandziekten het belangrijkst zijn.
  • Kennis over in welke gebieden het risico op het oplopen van deze ziekten het grootst is.
  • Globale kennis over de besmettingsroute.
  • Globale kennis over de verschijnselen bij de hond en kat.
  • Kennis over welke ziekten een gevaar opleveren voor de mens.
  • Kennis over het soort onderzoek dat er verricht moet worden voor het stellen van de diagnose (bloedonderzoek, DNAB, faecesonderzoek).
  • Globale kennis over de behandeling; weten of behandeling mogelijk is en wat de effectiviteit ervan is.
  • Kennis over de prognose.
  • Kennis over de preventie van de buitenlandziekten.

Deel II:

  • Kennis over welke preventieve maatregelen genomen moeten worden om infectie met een buitenlandziekte te voorkomen.
  • Kennis over de algemene invoereisen voor dieren die vanuit het buitenland naar Nederland komen.
  • Kennis over waar aanvullende invoereisen voor specifieke diersoorten of voor bepaalde landen kunnen worden opgezocht.
  • Kennis over de soorten onderzoek die verricht moeten worden om vast te kunnen stellen of een dier dat uit het buitenland komt besmet is met buitenlandziekten.

 

Heb je de theorie, de vragen en de zelfreflectie succesvol afgerond, dan ontvang je een nascholingscertificaat met 2,5 nascholingspunt.