DOSSIER: Feline Diabetes Mellitus

Insights into diabetes mellitus changed dramatically over the last decade. Did you know that:

  • Diabetes occurs in 1:100-1:500 cats? This makes it the 2nd most common endocrinopathy in cats.
  • Obese cats are up to four times more likely to develop diabetes?
  • The use of lente insulin is no longer recommended as the initial insulin option in diabetic cats?
  • Exciting new treatment methods might just be around the corner?
  • ‘Spot-checks’ (measurement of one blood glucose value) are not useful to assess glycaemic control?
  • In-hospital blood glucose curves can be difficult to interpret or may even be useless?
  • Continuous glucose monitors offer a great possibility to monitor glucose concentrations for up to 14 days at a time?
  • Remission rates of 40-50% are realistic in cats?

To be able to provide the best care possible, it is of vital importance to keep up with all developments. VetVisuals therefore provides you with the current recommendations for the diagnosis, treatment, and management of diabetes mellitus in cats.

 

Feline acromegaly

Feline acromegaly - much more important than we ever realised!

Did you know that?

  • Prevalence of acromegaly in cats with diabetes mellitus is as high as 10-32%?
  • Both genetic and environmental factors are responsible for the development of acromegaly?
  • Acromegalic cat don’t have to look acromegalic?
  • Not all cats with acromegaly have diabetes mellitus?
  • Acromegaly can lead to renal disease and heart failure?
  • Radiotherapy is no longer the golden standard of treatment?

So….reasons enough to read this interesting and practical report about feline acromegaly!

Protocol: Hypokaliëmie bij de kat

Het protocol: Hypokaliëmie bij de kat maakt onderdeel uit van het artikel Hypokaliëmie bij de kat.

Het genoemde artikel neemt u mee in het gestructureerd opwerken van deze elektrolytafwijking. Daarnaast wordt uiteraard ook ingegaan op de orale en intraveneuze behandeling ervan.

Hypokaliëmie bij de kat

Tijdens het Belgische SAVAB congres in het voorjaar van 2018, sprak professor Hans Kooistra (Dipl. ECVIM-CA) over enkele interessante endocrinologische onderwerpen. Terugkerend thema was hypokaliëmie, een veelvoorkomend probleem bij de kat. Een  belangrijke boodschap was dat het achterhalen van de oorzaak van de hypokaliëmie net zo belangrijk is als het behandelen van de hypokaliëmie. Op dat punt is voor veel dierenartsen nog wel wat te winnen: kies niet voor de makkelijke weg van slechts symptoombestrijding, maar kies voor betere diergeneeskunde, gezondere katten en meer tevreden eigenaren.

Dit VetVisuals artikel neemt u mee in het gestructureerd opwerken van deze elektrolytafwijking. Daarnaast wordt uiteraard ook ingegaan op de orale en intraveneuze behandeling ervan.

Primair hyperaldosteronisme bij de kat

Een Burmese gecastreerde kater van 14 jaar werd aan de Universiteitskliniek aangeboden vanwege acute blindheid. Bij het oogonderzoek bleek er sprake te zijn van vertraagde pupilreflexen van beide ogen (zowel de directe als de consensuele pupilreflex). Ook was er sprake van hyperreflexie van de fundus door ablatio retina. De bloeddruk was duidelijk veel hoog (280 mmHg). Bloedonderzoek gaf hypokaliëmie te zien. De combinatie van arteriële hypertensie en hypokaliëmie zijn suggestief voor primair hyperaldosteronisme als een belangrijke differentiaal diagnose.

 

Feline hyperthyroidism

You might think there’s nothing new about feline hyperthyroidism, but think again…

Did you know that:

  • Feline hyperthyroidism is diagnosed in about 1 in 10 elderly cats?
  • Nutritional disturbances might lead to metabolic thyroid dysfunction?
  • Some cats with hyperthyroidism actually have a decreased appetite?
  • About 12% of cats with feline hyperthyroidism will suffer from a urinary tract infection?
  • Cardiac signs of some sort are present in about 50% of cats with hyperthyroidism?
  • Feline hyperthyroidism is damaging to the kidney?
  • Iatrogenic hypothyroidism is more prevalent than was previously thought and can cause progression of renal disease?
  • Treatment for feline hyperthyroidism should be tailored to the individual? There is no one size fits all.
  • Most cats on anti-thyroid medication will need an increasing dose of drugs over time as they get older?
  • Treatment trials with medication prior to radioiodine treatment might not be necessary in all cases?

 

All this and more is covered in this new and exciting report about feline hyperthyroidism.

CURSUS: Hypercortisolisme (syndroom van Cushing) bij de hond

Het doel van deze cursus, bedoeld voor dierenartsen én studenten diergeneeskunde, is meer inzicht te bieden in de indicaties en de interpretatie van de diagnostiek van het syndroom van Cushing bij de hond, kennis over therapeutische mogelijkheden uit te breiden en de communicatie met een eigenaar met betrekking tot deze aandoening te verbeteren.

 

Wat leert u o.a. in deze cursus?

  1. Praktijkgericht inzicht in de anatomie, fysiologie en pathogenese van het syndroom van Cushing bij de hond.
  2. Inschatten bij welke honden aanvullend onderzoek voor het syndroom van Cushing gerechtvaardigd is.
  3. Herkennen van en omgaan met de vele valkuilen die er bestaan in de interpretatie van laboratoriumgegevens.
  4. Op de hoogte zijn van de verschillende therapeutische opties, met de bijbehorende voor- en nadelen, en de prognose.
  5. Een goed onderbouwd advies kunnen geven over de beste therapeutische optie voor een bepaalde patiënt, door rekening te houden met patiënt-factoren en eigenaar-factoren.
  6. Het effect van de therapie kunnen monitoren en aan de hand daarvan aanpassingen kunnen doorvoeren in het therapieplan.
  7. Communicatie met een eigenaar verbeteren als het gaat om diagnostische en therapeutische mogelijkheden, prognose en financiële aspecten.

Na afloop kunt u uw persoonlijk certificaat (10 nascholingspunten) downloaden / uitprinten. Uw nascholingsbadge wordt automatisch aan uw profiel toegevoegd.

Teacher: Hans Kooistra

CURSUS: Hypothyreoïdie, een diagnose met veel haken en ogen

Hypothyreoïdie bij de hond is een aandoening die regelmatig wordt gemist en nog vaker ten onrechte wordt gediagnosticeerd. Geschat wordt dat ruim 60% van de honden die wordt behandeld met schildklierhormoon geen hypothyreoïdie heeft. Hoogste tijd om de diagnostiek van hypothyreoïdie onder de aandacht te brengen!

In deze cursus treft u de theorie op een heldere manier uiteengezet, voorzien van duidelijke afbeeldingen en video's van Professor Hans Kooistra. Met behulp van assessments en praktische cases kunt u de opgedane kennis testen. Volg de cursus en vermijd de valkuilen in de diagnostiek van hypothyreoïdie voorgoed.

 

Na afloop van deze cursus wordt de cursist in staat geacht om:

  • Uit te leggen hoe de schildklieren bij de hond zijn opgebouwd.
  • Te vertellen welke hormonen worden gemaakt in de schildklieren.
  • Op hoofdlijnen de hypothalamus-hypofyse-schildklier-as (met de relevante hormonen) te tekenen.
  • Op hoofdlijnen aan een collega te kunnen uitleggen hoe de schildklierhormonen thyroxine (T4) en thyronine (T3) worden geproduceerd in de schildklieren.
  • Uit te leggen aan een collega wat de belangrijkste verschillen zijn als thyroxine (T4) en thyronine (T3) met elkaar worden vergeleken.
  • De definitie van hypothyreoïdie te kunnen vertellen.
  • De belangrijkste vormen en oorzaken van hypothyreoïdie te benoemen.
  • Aan te geven waarom het van belang is onderscheid te maken tussen juveniele hypothyreoïdie en verkregen hypothyreoïdie op volwassen leeftijd.
  • Aan te geven hoe de productie van de hormonen in de hypothalamus-hypofyse-schildklier-as verandert bij de verschillende vormen van hypothyreoïdie.
  • Uit te leggen aan een collega waarom bij “sick euthyroid syndrome” / “non-thyroidal illness” de plasma thyroxine (T4) concentratie te laag is.
  • De symptomen van hypothyreoïdie te kunnen vertellen aan een eigenaar.
  • Uit te leggen aan een collega hoe de belangrijkste symptomen van hypothyreoïdie tot stand komen.
  • Uit te leggen aan een collega wat de toegevoegde waarde is van “routine” bloedonderzoek bij een hond verdacht van hypothyreoïdie.
  • Aan te geven op welke wijze de volgende onderzoeken kunnen bijdragen aan de diagnostiek van hypothyreoïdie:
  • Bepaling van de plasma thyroxine (T4) concentratie.
  • Bepaling van de plasma TSH concentratie.
  • Uitvoering van de TSH stimulatietest.
  • Uitvoering van de TRH stimulatietest.
  • Bepaling van antilichamen gericht tegen thyroglobuline.
  • Scintigrafisch onderzoek van de schildklieren.
  • Echografisch onderzoek van de schildklieren.
  • Uit te leggen aan een eigenaar wat de nadelen zijn verbonden aan “diagnostisch behandelen” van een hond verdacht van hypothyreoïdie.
  • Uit te leggen aan een eigenaar waarom een hond met hypothyreoïdie wordt behandeld met thyroxine (T4) in plaats van met het metabool veel potentere thyronine (T3).
  • Uit te leggen aan een eigenaar hoe de optimale dosering van l-thyroxine wordt vastgesteld.
  • Uit te leggen aan de eigenaar wat de prognose is van hypothyreoïdie.

 

Na afloop kunt u uw persoonlijk certificaat (5 nascholingspunten) downloaden / uitprinten. Uw nascholingsbadge wordt automatisch aan uw profiel toegevoegd.

 

Video Hyperthyroidism – update on diagnosis and treatment

Dr. Sarah Caney BVSc PhD DSAM(Feline) MRCVS RCVS Specialist in Feline Medicine - United Kingdom shares in this video her unique and valuable experience regards 'Hyperthyroidism – update on diagnosis and treatment.'

Learning outcomes:

  • Review of the clinical and laboratory findings associated with hyperthyroidism
  • Understand the different diagnostic tests available and when to use each of these
  • Understand what additional tests may be an advantage when assessing a hyperthyroid patient
  • Introduce the concept of subclinical hyperthyroidism and explain its significance
  • Understand what the different treatment options are and how to choose the most appropriate one for your patient
  • Introduce the concept of iatrogenic hypothyroidism and why this is important

Voedsel-geïnduceerde hyperthyreoidie bij de hond

In 2011 werd de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren geconsulteerd voor drie casuïstieken waarbij er sprake was van een ongebruikelijke vorm van hyperthyreoidie bij de hond. In tegenstelling tot de situatie bij katten is hyperthyreoidie een zeldzame aandoening bij de hond. De meeste honden met hyperthyreoidie worden aangeboden vanwege een massa, een schildkliertumor, in de hals. Meer dan 85% van de schildkliertumoren bij de hond zijn maligne (carcinomen). Meestal worden adenomen niet bij de levende hond ontdekt omdat ze vaak klein zijn. Symptomen zoals dyspneu of dysfagie kunnen ontstaan door infiltratieve groei en de grootte van de tumor. Metastasering van schildkliertumoren komt vaak voor bij de hond, met name naar de regionale lymfeknopen en de longen. Schildkliertumoren ontstaan meestal bij oudere honden met een gemiddelde leeftijd van 9 jaar en worden relatief vaak bij de boxer gezien.

 

Spoedgevallen bij diabetici

In november 2013 vond het 10e Annual Congress over Emergency and Critical in Harrogate, Engeland, plaats. Amy Breton, CVT, VTS in Veterinary Emergency & Specialty Center of New England, Waltham in MA USA was een van de sprekers en dit artikel gaat over haar presentatie over de diagnostiek en behandeling van diabetische spoedgevallen. Veel voorkomende spoedgevallen bij suikerziekte patiënten zijn diabetische ketoacidose (DKA) en hypoglycemie. Een ander wat zeldzamer spoedgeval dat bij diabetische patiënten kan voorkomen is hyperosmolair hyperglycemisch syndroom (HSS). In dit artikel wordt eerst kort de pathofysiologie van diabetes mellitus besproken. Vervolgens komen de pathofysiologie, diagnostiek en behandeling van DKA, hypoglycemie en HSS uitgebreid aan bod.

Nascholingsquiz

Een goed resultaat met deze quiz en het lezen van het artikel 'Spoedgevallen bij diabetici' levert u een nascholingsbadge met 1 Nascholingspunt op!

  

Casus: Spierzwakte bij de kat

Buba, een mannelijk gecastreerde huiskat van 15,5 jaar, werd aangeboden bij de verwijzend dierenarts vanwege vermagering, anorexie, minder drinken en apathie sinds drie maanden. Tijdens het eerste consult werden ventroflexie van de nek en een hypokaliëmie geconstateerd, waarvoor de kat werd behandeld met een kaliumdrank. Bij het volgende consult werd een systolische souffle (2/6) en dyspneu geconstateerd, waarvoor een behandeling met furosemide en een ACE-remmer werd ingezet. Vanwege een onvoldoende respons werd Buba verwezen naar de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren (UKG). In dit artikel wordt de aanpak van deze casuïstiek op de UKG beschreven.

 

Endocrinology articles

Canine hyperadrenocorticism: Pathogenesis and diagnosis