Do’s en don’ts bij anesthesie voor keizersnede hond en kat

Een keizersnede bij de hond of kat is meestal ongepland en kan spannend zijn. Het beheersen van de chirurgische techniek van een keizersnede is uiteraard belangrijk, maar als de anesthesie niet op een juiste wijze wordt uitgevoerd, dan zal dat gevaarlijk zijn voor zowel moeder als neonaten. Komt u in de praktijk weleens verminderde vitaliteit of sterfte van neonaten aansluitend aan een keizersnede tegen, of bent u om andere redenen van mening dat er wat verbeterd kan worden aan uw anesthesieprotocol? Gebruik dan dit artikel, inclusief nascholingsquiz, als bron van praktische, evidence based informatie voor uw eigen protocol.

  • Een goede voorbereiding is het halve werk, maar wat kunt u allemaal voorbereiden?
  • Veelgebruikte ‘gewone’ ASA-1 anesthesieprotocollen zijn absoluut onverstandig bij een keizersnede. Welke middelen kunt u wel en welke beter niet gebruiken?
  • Welke gevolgen heeft dracht voor wat betreft zuurstofbehoefte, cardiac output, werking van het maagdarmkanaal en anesthesie behoefte, en hoe moet de anesthesie daarop worden aangepast?
  • Hoe kan de postoperatieve zorg voor de moeder en voor de neonaten worden geoptimaliseerd?

De geriatrische patiënt: anaesthesie risico’s kennen, vermijden en beheersen

Uit onderzoek is gebleken dat de peri-operatieve mortaliteit bij hond en kat gelijk is wanneer jonge dieren worden vergeleken met dieren tussen de 8 en 12 jaar oud. Honden vanaf een leeftijd van 12 jaar bleken echter een 7 keer grotere kans te hebben om te overlijden in de peri-operatieve periode dan jonge honden! Bij katten vanaf een leeftijd van 12 jaar bleek, mogelijk vanwege kortere operatietijden, een 2 keer grotere kans op sterfte te gelden.1

De opmerking dat een kat of hond te oud is om nog onder narcose te gaan, wordt vaak gemaakt door zowel dierenartsen als eigenaren. Toch blijkt deze uitspraak in veel gevallen onterecht! Mits ze gezond en fit zijn, is het anaesthesie risico voor jonge en voor oude dieren gelijk. De leeftijd in het algemeen doet slechts in geringe mate ter zake. Het is voornamelijk belangrijk hoe goed organen om kunnen gaan met de toegediende anaesthetica en of er sprake is van onderliggende pathologie, die al dan niet is opgemerkt in het pre-anaesthetisch onderzoek.

Tijdens de London Vet Show eind 2014 sprak Elizabeth Leece, BVSc CVA DipECVAA MRCVS consultant anaesthetist at Dick White Referrals, op boeiende wijze over de anaesthesie risico’s bij geriatrische patiënten. Haar verhaal was de inspiratiebron voor dit artikel, dat u praktische tips biedt over het vermijden en beheersen van deze risico’s.

Een goed resultaat met deze quiz en het lezen van het artikel De geriatrische patiënt: anaesthesie risico’s kennen, vermijden en beheersen levert u een nascholingsbadge met 1 CPD-punt op!