Feline Infectious Peritonitis

De COVID-19 pandemie, veroorzaakt door een coronavirus, houdt de hele wereld in zijn greep. Ook voor dierenartsenpraktijken heeft het verstrekkende gevolgen.

Om toch af en toe even uw gedachten te verzetten, uw kennis op peil te houden en verveling in geval van sociale quarantaine tegen te gaan, heeft VetVisuals voor u een belangrijke update over een actueel onderwerp: het feline coronavirus!

Feline coronavirus (FCoV) infectie komt veel voor bij gedomesticeerde katten over de hele wereld. Zo zijn bij maar liefst 80-90% van de katten in catteries en bij 10-50% van de katten in één-kat-huishoudens antilichamen aanwezig tegen feline coronavirus!

De meeste infecties zijn subklinisch of manifesteren zich als milde, zelflimiterende gastro-enteritis die zich meestal uit als diarree. In een klein deel van de gevallen kan FCoV infectie leiden tot de ontwikkeling van feline infectieuze peritonitis (FIP), een pyogranulomateuze vasculitis.

Op dit moment is FIP wereldwijd een van de belangrijkste infectieuze oorzaken van sterfte bij katten. FIP stelt iedere dierenarts voor een enorme uitdaging, vooral vanwege het feit dat het stellen van de diagnose zeer lastig kan zijn, de ziekte onmogelijk te voorkomen is, en de ziekte – tot voor kort – altijd binnen een kort tijdsbestek fataal was.

Dit artikel biedt u praktische, actuele informatie over de pathogenese, klinische symptomen, diagnostiek en preventie van FIP.

Maar er is meer!! Deze FIP update biedt informatie over veelbelovende nieuwe behandelopties. Het is dan een ook absolute ‘must read’!

Infectious disease control in veterinary practice

Veterinary practices have to manage animals that are colonised or infected with meticillin resistant Staphylococcus aureus (MRSA), S. pseudintermedius (MRSP) or other antibiotic resistant bacteria. Veterinary staff and premises can be reservoirs of these organisms, and high standards of hygiene are needed to prevent their dissemination. Relatively simple hygiene measures have reduced the prevalence of MRSA in NHS hospitals by up to 80%. Most of these measures can be easily implemented in veterinary practice.

 

Toxoplasma en Neospora spp. bij kat en hond

Toxoplasma gondii is een van de bekendste veterinair relevante protozoa voor de gezelschapsdierenarts. Daarnaast is deze protozo bekend binnen de maatschappij, vooral onder zwangere vrouwen, omdat het een beruchte zoönose is. Neospora caninum was tot enkele tientallen jaren geleden veel minder in beeld, maar krijgt nu ook steeds meer aandacht. Wat weet u van deze parasiet? Vormt deze protozo ook een zoönotisch risico en wat zijn voor het dier de gevolgen van een infectie? Wist u dat transplacentale infectie van neonaten mogelijk is? En wat is eigenlijk een zinvolle therapie voor dieren met toxoplasmose of neosporose? De prognose van een protozoaire meningoencefalitis is gereserveerd, maar wordt sterk beïnvloed door de snelheid van het stellen van de diagnose en tijdig starten met adequate therapie.

Kennis van de klinische relevantie van Toxoplasma gondii en Neospora caninum is onontbeerlijk voor de gezelschapsdierenarts. In diverse differentiaaldiagnoselijsten van voornamelijk neurologische patiënten horen deze infectieuze agentia thuis. Epileptiforme aanvallen kunnen het gevolg zijn van infecties van de hersenen, maar wist u ook dat paraparese en vestibulaire klachten het resultaat kunnen zijn van een infectie met een van beide protozoa? En wist u dat een sluimerende infectie klinisch weer tot uiting kan komen na bijvoorbeeld behandeling met immunosuppressiva?

In dit artikel wordt klinisch relevante informatie betreffende beide protozoa besproken. Met veel beeldmateriaal van patiënten en een video-based case report!

Een goed nascholingsquizresultaat en het lezen van het artikel levert u een nascholingsbadge met 1 CPD-punt op!

Feline Toxoplasmosis

Toxoplasma gondii is one of the most prevalent parasites infecting warm-blooded vertebrates around the world, including humans, with cats being the definitive hosts. Most T. gondii infections are subclinical. However, if disease occurs clinical signs are often serious and disease can be rapidly fatal in some cases. Risk of clinical toxoplasmosis increases with immunocompromise caused by infections like FIV and the use of immunosuppressive drugs, especially cyclosporine. Toxoplasmosis is typically a multisystemic disease and signs are variable, making it harder to recognize. Furthermore T. gondii is an important zoonotic agent, with a seroprevalence of 30-40% in the human adult population.


This review article provides practical, current information about pathogenesis, clinical symptoms, diagnostics, treatment and prevention of toxoplasmosis including essential information about public health significance of T. gondii.

 

Hartworm bij de hond en kat

Hartworminfectie wordt veroorzaakt door een filaroïde worm. Parasieten uit deze groep kenmerken zich doordat ze diep in het lichaam (holten, bindweefsels of bloedvaten) aanwezig zijn en de besmetting overgebracht wordt door bloedzuigende geleedpotigen. De belangrijkste vertegenwoordiger bij de hond en de kat is de hartworm Dirofilaria immitis.

Een goed resultaat en het lezen van het artikel 'Hartworm bij hond en kat' levert u een nascholingsbadge met 1 CPD-punt op!

 

FIV and FeLV: What does a clinician need to know?

FIV and FeLV; What does a Clinician need to know? is a review article considering what has been published about these two common diseases in recent years and presented at the International Society of Companion Animal Infectious Disease Conference in October 2016.

It summarises this information into a short article for practicing vets, covering prevalence and risk factors for infection, clinical signs, progression of the disease, current information about diagnostics tests and consideration of treatment and prevention.

The article will refresh and update your current knowledge of these two infectious diseases and can perfectly act as a quick reference guide if you have a (possible) FIV of FeLV case in practice. 

 

 

Video: Cat 'flu and new highly pathogenic strains of FCV and vaccines

In this veterinary video presentation Professor of Feline Medicine Danièlle Gunn-Moore - University of Edinburgh - United Kingdom discusses Cat 'flu and new highly pathogenic strains of FCV and vaccines.You will learn: To recognise the clinical signs of cat ‘flu and to realises that while feline calicivirus (FCV) and feline herpes virus (FHV-1) are the most common causes many other infectious agents can also be involved, some of which are potentially zoonotic.To know the most effective ways of diagnosing and treating cat ‘flu.To recognise what virulent systemic FCV (VS-FCV) looks like, to understand how serious it is for both the infected cat and the veterinary practice, and how you might try to treat a case. And also to understand the role that maternally derived immunity plays in determining the efficacy of vaccination and to realise that different infectious agents may respond differently to killed verses modified live vaccines.

 

Ringworm in cats and dogs

Ringworm is the common name for dermatophytosis, a fungal infection of the skin.

Understanding dermatophytosis is important as it is one of the most common infectious skin diseases and can spread to other animals as well as people. It is also one of the most common zoonotic diseases encounted in practice and it is important for veterinarians to have a sound understanding of the condition as treatment and management can be expensive and seem impractical in many situations.

In this article you will receive a refresher on the infectious agent, it’s pathogenesis, diagnosis and treatment options. We will also discuss the environmental and animal management requirements to prevent reinfection and transmission of infection.

Mycobacterial infections in cats

Mycobacterium is a genus of bacteria with wide variations in host affinity and pathogenic potential. Mycobacterial infections are recognized as a global health problem, both in humans and other animals. Many species exist that can infect the cat and induce a variety of clinical syndromes. The precise prevalence of mycobacteriosis in cats is unknown.

Identification of the causative agent is important because of potential zoonotic risks, as well as for prognosis and optimal treatment selection. The clinical signs and histological features may help to suggest one or other mycobacterial species, but for a definitive diagnosis, culture and/or molecular analysis is needed. Treatment of mycobacterial diseases can be challenging.

Although mycobacterial infections are not well known amongst most veterinarians, it is very important to be aware of them. The disease is probably underdiagnosed as research by Gunn-Moore et al (2012) showed that mycobacterial infections were 1/10 as common as lymphoma, which is still very common. So, more than enough reason to be well informed!

Video: Mycobacterial and pox infections in cats

Did you know that mycobacterial and (cow)pox infections are much more common in cats than most people realise? If you would like to learn how to recognise and treat feline mycobacterial infections, watch this video presented by Professor of Feline Medicine Danièlle Gunn-Moore (University of Edinburgh).

 

Article: Feline mycobacterial infections

Mycobacterial infections are a global health concern, both in humans and other animals. One third of all humans are infected with Mycobacterium (M.) tuberculosis (although only 5-10% develop disease). Several species cause disease in veterinary species, being either primary pathogens, or becoming pathogenic under certain circumstances.

 

Artikelen infectieziekten

Acute niesziekte bij de asielkat – de plek van antibiotica in de therapie

Asymptomatische leishmaniose bij de hond

Vaak is meer dan 50 % van de honden met een bewezen Leishmania infectie asymptomatisch drager. Deze honden worden gewoonlijk niet behandeld in de dierenartsenpraktijk, maar kunnen de ziekte wel overdragen en dragen daardoor bij tot het in stand houden van een Leishmania infectie in een endemisch gebied. Geïnfecteerde honden, zonder klinische symptomen, kunnen meegenomen worden naar voormalige niet-endemische gebieden.

 

Fecesonderzoek bij parasitaire diarree van de kat
Tijdens het Feline Focus congres, dat op 13 september 2008 werd gehouden in de Reehorst in Ede, stonden intestinale problemen bij de kat centraal. De (inter)nationale sprekers zorgden voor een boeiend programma, waarin niet alleen parasitaire diarree en het ontlastingsonderzoek aan bod kwamen, maar ook zoönosen, het vaccineren van katten op maat, het omgaan met (agressieve) katten in de praktijk en de intensieve zorg van de kat. Prof. Dr. Stanley Marks sprak vol enthousiasme over parasitaire diarree en legde vooraf nog eens duidelijk uit hoe een goed ontlastingsonderzoek moet worden uitgevoerd. Dr. Paul Overgaauw ging in op parasitaire diarree bij de kat en de situatie in Nederland.

 

MRSA in de dierenartsenpraktijk

De Engelse dierenarts en dermatoloog Tim Nuttal was in 2008 aanwezig op het congres over geneeskunde van het gezelschapsdier, georganiseerd door château vétérinaire te Rhoon. Dit keer sprak hij niet over honden met pyodermie of atopie, maar over de aanwezigheid van methicilline resistente stafphylococcus aureus (MRSA) in de dierenartsenpraktijk. MRSA vormt wereldwijd problemen in de humane gezondheidszorg en wordt inmiddels ook in toenemende mate onderkend als ziekteverwekker in de dierenartsenpraktijk. Het lijkt erop dat een nauw contact tussen mens en dier al snel leidt tot een uitwisseling van commensale (resistente) bacteriën.

 

Hartworm bij hond en kat

Hartworminfectie wordt veroorzaakt door een filaroïde worm. Parasieten uit deze groep kenmerken zich doordat ze diep in het lichaam (holten, bindweefsels of bloedvaten) aanwezig zijn en de besmetting overgebracht wordt door bloedzuigende geleedpotigen. De belangrijkste vertegenwoordiger bij de hond en de kat is de hartworm Dirofilaria immitis.

 

CASUS - Parvico

De mannelijk gecastreerd Britse Korthaar Vico werd in 2008 op een leeftijd van 10 maanden aangeboden op de Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren te Utrecht in verband met aanhoudend braken sinds 4 dagen. Tevens wilde de kat niet meer eten en werd steeds slomer. Er was eenmalig diarree gezien, waar echter geen details over bekend waren. Volgens de anamnese was deze kat nog nooit ziek geweest. Hij en de andere 3 katten in het huishouden, die geen problemen hadden, waren ontwormd en gevaccineerd en kwamen niet buiten. Een eenmalige behandeling door de verwijzend dierenarts met carprofen en metoclopramide had geen effect.

 

CASUS - Franse hartworm infectie bij een hond  

Een 2 jaar oude vrouwelijke Cavalier King Charles Spaniël werd aangeboden met problemen van tachypneu, dyspneu en een verminderd uithoudingsvermogen. Met het lichamelijk onderzoek werden geen afwijkingen gevonden. Röntgenologisch onderzoek toonde diffuus verspreide interstitiële longveranderingen. Uit fecesonderzoek bleek sprake te zijn van een infectie met Angiostrongylus vasorum. Deze heeft een indirecte levenscyclus met de slak als tussengastheer en de hond en vos als eindgastheer. Verschijnselen kunnen onder andere bestaan uit respiratoire verschijnselen, coagulopathiën, neurologische verschijnselen en gastro-intestinale klachten. Na dagelijkse behandeling met fenbendazol gedurende drie weken was er bij deze casus duidelijke klinische en radiologische verbetering. Controle fecesonderzoek toonde geen aanwezigheid van larven. Het belang van aanvullende diagnostiek bij dieren met respiratoire verschijnselen is beschreven.

 

Voorste luchtweginfecties bij de kat

Over voorste luchtweginfecties bij katten valt veel te vertellen en er zijn er maar weinig die zo veel over dit onderwerp te vertellen hebben als Michael Lappin. Lappin, Professor in Small Animal Clinical Veterinary Medicine van de Colorado State University wist tijden het vijftiende Chateau Veterinaire (2011) te Rhoon zijn publiek dan ook moeiteloos te boeien.